Zij (de Engelen) zeiden: “O Loeth! Waarlijk, wij zijn boodschappers van jouw Heer! Zij zullen jou niet bereiken. Reis met je familie af in een deel van de nacht, en laat niemand van jullie achterblijven, behalve je vrouw. Waarlijk, de straf die hen zal treffen, zal haar treffen. Voorwaar, de ochtend is hun aangewezen tijd. Is de ochtend niet nabij?”
Uitleg
These readings represent linguistic options (verb forms IV and I, respectively), and are identical in meaning.