Het past de inwoners van Medina niet -noch hen die in de omgeving verblijven van de woestijn-Arabieren- dat zij achterblijven bij de Boodschapper van Allah, noch dat zij hun eigen leven verkiezen boven zijn (Mohammed’s) leven. Dat is omdat noch dorst, noch vermoeienis, noch honger hen treft op de Weg van Allah. En zij betreden geen plaats waarmee zij de woede van de ongelovigen opwekken, noch kwetsen zij een vijand of er wordt voor hen daarmee een goede daad opgeschreven. Waarlijk, Allah laat de beloning van de weldoeners niet verloren gaan.