Toen Thālōet met zijn leger optrok, zei hij: “Waarlijk! Allah zal jullie bij een rivier beproeven. Wie daarvan drinkt, behoort niet tot mij en wie daarvan niet proeft, behoort tot mij, behalve degene die maar een handvol neemt.” Maar toch dronken zij daarvan, behalve een paar van hen. Dus toen hij, en degenen die hem geloofden (de rivier) waren overgestoken, zeiden zij: “Deze dag hebben wij geen macht tegen Djālōet (Goliat) en zijn strijdkrachten.” Maar degenen die met zekerheid wisten dat zij hun Heer zouden ontmoeten, zeiden: “Hoe vaak heeft een kleine groep al niet een machtig leger verslagen met Allah’s hulp?” En Allah staat aan de kant van de geduldigen, (want Zijn hulp komt samen met geduld).