Voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd (met Onze gunsten waaronder kennis, spraak, gematigdheid, enz.), en Wij hebben hen over land gedragen (op rijdieren) en over zee (in boten). Wij gaven hun levensonderhoud van het goede en Wij bevoorrechten hen met een privilege boven vele andere schepselen (nl. het vee en de dieren) die Wij hebben geschapen.