En Wij hebben hen (duivelse) metgezellen toegekend, die (hen verblinden door) de dingen (te) verfraaien door verdraaiing: zowel van wat er zich vόόr hen bevindt (hun wereldse, zondige levens waarin het genot wordt nagejaagd) als van wat er zich achter hen bevindt (hun ontkenning van de afrekening en de opstanding). En het woord is tegen hen gerechtvaardigd zoals het gerechtvaardigd was tegen degenen onder de voorafgaande generaties Djinns en mensen. Voorwaar, zij waren (allen) verliezers.